De Stochastic Oscillator: Momentum en Overdrijving

De Stochastic Oscillator, in de jaren ’50 ontwikkeld door George Lane, is een veelgebruikte momentumindicator. Deze indicator vergelijkt de meest recente slotkoers van een aandeel met de uiterste prijsrange (hoogste hoog en laagste laag) over een specifieke periode, standaard 14 dagen. Het onderliggende idee is dat de koers in een stijgende trend de neiging heeft om dicht bij de top van die range te sluiten, en in een dalende trend juist nabij de bodem.

De Stochastic schommelt (oscilleert) tussen de waarden 0 en 100 en bestaat uit twee lijnen: de snelle %K-lijn en de tragere %D-lijn (het voortschrijdend gemiddelde van %K). Beleggers gebruiken deze indicator voornamelijk voor het opsporen van:

  • Overbought en Oversold: Een waarde boven de 80 duidt op een ‘overgekochte’ markt (mogelijk tijd voor een correctie), terwijl een waarde onder de 20 wijst op een ‘oververkochte’ markt (mogelijk een koopmoment).
  • Kruisingen: Wanneer de snelle %K-lijn de tragere %D-lijn kruist, kan dit een signaal zijn om te kopen of te verkopen.
  • Divergentie: Net als bij de MACD is het een sterk ommekeersignaal als de koers een nieuwe bodem raakt, maar de indicator dit niet doet.

De Formule

De standaardberekening gebruikt meestal een periode van 14 dagen ($n = 14$):

$$ %K = \frac{C – L_n}{H_n – L_n} \times 100 $$

$$ %D = \text{SMA}_3(%K) $$

Hierbij is:

  • $C$: De meest recente slotkoers.
  • $L_n$: De laagste koers over de afgelopen $n$ periodes.
  • $H_n$: De hoogste koers over de afgelopen $n$ periodes.
  • $\text{SMA}_3$: Het 3-daags eenvoudig voortschrijdend gemiddelde (Simple Moving Average).

Let op: In een zeer sterke trend kan de Stochastic voor een lange tijd in de overbought- of oversold-zone blijven hangen. Het is daarom veiliger om te wachten tot de indicator uit deze zone breekt voordat je actie onderneemt.