Ruis en Grote Marktbewegingen

De Positive Volume Index (PVI), net als de NVI ontwikkeld door Paul Dysart en verfijnd door Norman Fosback, is de tegenhanger van de Negative Volume Index. Waar de NVI zich richt op dagen met een lager volume, reageert de PVI uitsluitend op dagen waarop het handelsvolume stijgt ten opzichte van de vorige dag. Het basisidee is dat dagen met een hoog volume worden gedreven door de massa, het nieuws en actieve, vaak emotionele particuliere beleggers.

De PVI brengt in kaart wat er gebeurt als de brede markt zich massaal in een aandeel of index stort. Net als zijn tegenhanger wordt de PVI voornamelijk gebruikt voor lange-termijn trendanalyse in combinatie met een 255-daags eenvoudig voortschrijdend gemiddelde (SMA):

  • Bullish trend: Bevindt de PVI zich boven de $\text{SMA}_{255}$, dan is de brede markt overtuigd van de stijging. Hoewel Fosback concludeerde dat de PVI iets minder accuraat is in het voorspellen van bullmarkten dan de NVI, bevestigt een stand boven het gemiddelde een sterke, door de massa gedragen trend.
  • Bearish trend: Zakt de PVI onder de $\text{SMA}_{255}$, dan vlakt het optimisme van de massa af en bevindt de markt zich statistisch gezien vaak in een distributie- of dalingsfase.

Let op: Omdat de PVI sterk reageert op de dynamiek van de massa en volumepieken, is de lijn een stuk grilliger en volatieler dan de NVI. Waar de NVI uitstekend de rustige, institutionele accumulatie meet, laat de PVI vooral zien wanneer een trend viraal gaat of juist in paniek raakt.