Lange-Termijn Momentum voor Bodemvissers
De Coppock Curve (oorspronkelijk de Coppock Guide) is een momentumindicator die in 1962 werd geïntroduceerd door Edwin Coppock. In tegenstelling tot veel andere indicatoren is deze specifiek ontworpen voor maandgrafieken en bedoeld voor de lange termijn. De indicator werd destijds ontwikkeld voor de S&P 500 en de Dow Jones met één helder doel: het identificeren van het absolute einde van een bearmarkt en het begin van een nieuwe, langdurige bullmarkt.
De Coppock Curve is een vloeiende lijn die rond een nullijn beweegt. Omdat hij ontworpen is voor stabiliteit op de lange termijn, genereert hij weinig signalen, maar de signalen die doorkomen zijn historisch gezien zeer betrouwbaar:
- Koopsignaal: Een koopsignaal ontstaat wanneer de indicator onder de nullijn staat, afvlakt en omhoog begint te buigen.
- Verkoopsignaal: Hoewel sommigen een kruising onder de nullijn als verkoopsignaal zien, ontwierp Coppock de indicator hier expliciet niet voor. De indicator is puur een koop- en bodemindicator; voor verkoopmomenten raadde hij andere tools aan.
Let op: Het legendarische verhaal achter de periodes 14 en 11 is dat Coppock aan de kerk vroeg hoe lang de gemiddelde mens nodig heeft om te rouwen na een verlies. Het antwoord was 11 tot 14 maanden. Coppock ging ervan uit dat beleggers die geld verloren in een bearmarkt een vergelijkbare periode nodig hadden om te herstellen alvorens weer aandelen te durven kopen.
