Cycli en Trendomkeer

De Commodity Channel Index, in 1980 ontwikkeld door Donald Lambert, is een veelzijdige oscillator die oorspronkelijk werd ontworpen voor grondstoffen, maar tegenwoordig net zo intensief wordt gebruikt voor aandelen en indices. De CCI meet de afwijking van de huidige koers ten opzichte van het statistische gemiddelde daarvan. Hierdoor helpt de indicator om het begin en einde van marktcycli te identificeren.

De indicator kent in theorie geen absolute grenzen, maar de waarden schommelen in 70% tot 80% van de tijd tussen de niveaus -100 en +100. Handelaren gebruiken deze drempels voor twee verschillende benaderingen:

  • Trendvolgend: Een uitbraak boven de +100 wijst op een sterk opwaarts momentum en kan gezien worden als een koopsignaal, terwijl een breuk onder de -100 een sterke neerwaartse trend signaleert.
  • Mean Reversion (Overbought/Oversold): Bij extreem hoge waarden (boven +200) wordt de markt als overgekocht beschouwd en kan een correctie volgen zodra de lijn weer onder de +200 of +100 duikt. Waarden onder -200 wijzen op een oververkochte situatie.

Let op: Omdat de CCI erg gevoelig is voor prijsuitschieters, kan de indicator tijdens volatiele periodes valse signalen afgeven (whipsaws). Het combineren van de CCI met een aanvullende trendindicator, zoals een langere EMA, helpt om tegen de hoofdtrend in te handelen te voorkomen.